Oogzorg met betrekking tot een Laserbehandeling

Wat is een laser?

Een laser is te beschouwen als een soort speciale gloeilamp, maar dan een gloeilamp die een heel dunne, felle en zuivere lichtstraal uitzendt. Via een microscoop kan deze lichtstraal gericht worden om in het oog een brandplekje te geven of weefsel te snijden.

Laserstralen hebben niets te maken met röntgenstralen of radioactiviteit.

Welke ziekten kunnen met laser worden behandeld?

  1. Scheurtjes in het netvlies
    Gaatjes of scheurtjes in het netvlies kunnen leiden tot een netvliesloslating (ablatio retinae). Dit kan worden voorkomen door deze gaatjes of scheurtjes op hun onderlaag vast te “lassen” met een laser.

De behandeling is soms wat gevoelig en duurt 5 tot 20 minuten.

  1. Suikerziekte in het oog
    Suikerziekte (diabetes mellitus) kan afwijkingen aan het netvlies geven (diabetische retinopathie). Met de laser is het mogelijk de beschadiging van het netvlies te vertragen of tot stilstand te brengen (niet: te herstellen) en zo het gezichtsvermogen zo goed mogelijk te bewaren, soms gecombineerd met injecties in het glasachtig lichaam (zie folder ‘Intravitreale injecties’). Afhankelijk van de aard van de afwijkingen zijn één of meer laserbehandelingen nodig. Aangezien de beschadiging van het netvlies door suikerziekte gedurende langere tijd kan doorgaan, kan aanvullende behandeling later nodig zijn.
    De behandeling kan wat gevoelig zijn, vooral als grote delen van het netvlies gelaserd moeten worden en duurt 5 tot 20 minuten. Wanneer ook de ‘gele vlek’ gelaserd moet worden, kunt u na de behandeling vlekjes in uw gezichtsveld zien die blijvend zijn.
  1. Hoge oogdruk
    Hoge oogdruk kan leiden tot een toenemende, blijvende beschadiging van de oogzenuw (glaucoom). Dit veroorzaakt verkleining van het gezichtsveld en leidt uiteindelijk tot blindheid. Een te hoge oogdruk kan verschillende oorzaken hebben. Bij het z.g. open kamerhoekglaucoom, kan met de laser de ‘afvoer’ van het oog verbeterd worden (laser‐trabeculoplastiek). Bij het z.g. gesloten kamerhoekglaucoom maakt men de afvoer van het oog vrij door met de laser een klein gaatje te maken in het regenboogvlies (laser‐iridotomie). Dit kan vaak ook in het acute stadium (acuut glaucoom) gedaan worden.
    De behandeling duurt 5 tot 20 minuten en is vrijwel pijnloos.
  1. Andere aandoeningen
    Meerdere afwijkingen van het netvlies kunnen aanleiding zijn voor laserbehandeling, b.v. een afsluiting van een bloedvat in het netvlies. Dit om te voorkomen dat er zich nieuwe bloedvaten gaan vormen in het oog, en soms om vocht in de gele vlek (macula‐oedeem) te doen verminderen. Zie ook de folder en ‘Veneuze afsluiting‘.
  1. Nastaar
    Na een staaroperatie (cataractoperatie) kan vertroebeling van het lenszakje van de oude lens ontstaan. De gezichtsscherpte vermindert dan weer. Men spreekt in zo’n situatie van nastaar. Met een laser kan een opening in het lenszakje “gesneden” worden. De behandeling duurt enkele minuten en is pijnloos.

Hoe gaat een behandeling in zijn werk?

U hoeft thuis geen speciale voorbereidingen te treffen. Op de polikliniek wordt de pupil meestal met oogdruppels wijd gemaakt; alleen bij de laser‐iridotomie wordt de pupil juist met druppels vernauwd. Daarvoor moet u tenminste een half uur voor de behandeling aanwezig zijn. Het oog wordt verdoofd door een druppel.

Bij de behandeling wordt een contactlensje op het hoornvlies geplaatst en vastgehouden door de oogarts. De laserstralen worden door deze lens heen gericht op de afwijking die behandeld moet worden.

Direct na de behandeling ziet men vaak minder scherp door de lichtflitsen en de oogdruppels die men heeft gehad. Zelf autorijden is dus niet mogelijk! Begeleiding, ook wanneer men met het openbaar vervoer of met de taxi is gekomen, is aan te bevelen. In geval van pijn na de behandeling kan men een pijnstiller (bijvoorbeeld paracetamol) nemen en het oog sluiten. Wanneer de pijn langer dan 12 uur duurt, wordt u verzocht contact op te nemen met uw oogarts

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw eigen oogarts. Deze folder is grotendeels tot stand gekomen onder redactie van de Commissie Patiëntenvoorlichting van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) 2013 ‐ www.oogheelkunde.org